elfje Lief en de verdwaalde tijdmachine

 

 

Verhaaltjes elfje Lief en de verdwaalde tijdmachine, heb je een vraag? Stuur deze naar: info@kasteelvolverhalen.nl

 

Elfje Lief en de verdwaalde tijdmachine (41) deel 2

 

‘Uh, dat is even lastig,’ mompelt Fantastico. ‘Ik bedoel…uh, ik weet eigenlijk niet zo goed…’
‘Wat is hier nou weer zo lastig aan,’ moppert elfje Lief. ‘Hier zal toch wel ergens een schaar zijn, en het liefst wel een scherpe…’
‘En wat weet je eigenlijk niet zo goed Fantastico?’ vraagt elfje Bloem.
‘Nou kijk elfjes, het probleem is dat er hier in Kasteel vol Verhalen maar één persoon een schaar heeft…’
‘Laat me eens raden,’ zegt elfje Lief. ‘Inderdaad, dat kan er maar eentje zijn…’
‘Uh, hoezo?’ vraagt Fantastico verbaasd.
‘Dat lijkt me niet zo moeilijk. Ik denk dat we wel een schaar in de Regenboogzaal zullen kunnen vinden,’ antwoordt elfje Lief. ‘Want natuurlijk is die schaar van die rare Eleonora, die boze fee Eleonora. Zo is het toch Fantastico?’
‘Uh, ja. Dat heb je knap uitgedacht elfje Lief. Eleonora is inderdaad de enige hier die een schaar heeft. Tja, zo af en toe moet ze dat lange haar van haar bijknippen.’
‘En dat doet ze zelf…?’
‘Uh, nee…’
‘Wie helpt haar hierbij Fantastico, kom op vertel,’ vraagt elfje Bloem ongeduldig.
‘Ik.’
‘Jij…? De drie elfjes kijken verbaasd naar de Verteller.
‘Knip jij de haren van Eleonora…?’ vraagt elfje Zon.
‘Ja, dat doe ik. Eén keer per jaar, als de winter voorbij en het lente wordt. Dan mag ik haar blonde haren knippen.’
‘Het zal allemaal wel,’ zucht elfje Lief. ‘Heeft iemand er problemen mee dat we terug gaan naar de Regenboogzaal?’
‘Uh, nee,’ antwoordt Fantastico. ‘Nou ja, misschien alleen Eleonora. Die zal niet blij zijn als ze jullie weer ziet, zonder dat jullie gedaan hebben wat jullie aan haar hebben beloofd.’
‘We hebben haar niets beloofd,’ reageert elfje Bloem.
‘Nou, dat is niet helemaal waar elfje Bloem. Volgens mij hebben we haar toegezegd dat we naar het grote bos zouden gaan, naar de Horizon vol met trollen en ander gespuis.’
‘Ja, maar dat was alleen maar om van ons af te komen,’ zucht elfje Bloem.
‘Dat kan wel zijn, maar we hebben het haar wel beloofd,’ zegt elfje Lief.
‘Misschien wel elfje Lief, maar het was met een valse reden… die Eleonora wist maar al te goed, dat we nooit meer terug zouden keren.’
‘Tja, daar heb je gelijk in, maar hoe dan ook, we moeten wel iets verzinnen.’
‘Om…?
‘Om haar om de tuin te leiden. We moeten haar laten denken dat we echt naar dat bos zijn geweest.’
‘Hoe wil je dan verklaren dat het ons gelukt is om heelhuids en veilig terug te  keren naar het Kasteel vol Verhalen elfje Lief.’
‘Tja, dat is een goede vraag. Heb jij misschien een idee Fantastico?’
‘Het is niet mijn probleem…’
‘Dat is lekker gemakkelijk.’
‘En het is mijn probleem ook niet,’ zegt de Verteller vlug.
‘Tjonge, dit schiet lekker op. Heeft iemand anders misschien een idee?’ vraagt elfje Lief, maar er komt geen enkele reactie op de vraag van elfje Lief. Nee, ze kijken elkaar aan en allemaal halen ze hun schouders op en kijken elkaar vragend aan.