Gouden Pannenkoek

 

 

Verhaaltjes Gouden Pannenkoek, heb je een vraag? Stuur deze naar: info@kasteelvolverhalen.nl

 

Het mysterie van de verdwenen gouden pannenkoek 

 

 

'het mysterie van de verdwenen gouden pannenkoek' 

HOOFDSTUK 14 

Slag en Stoot zijn weer onderweg naar kantoor.
‘Voorlopig hebben we nog helemaal niets in handen,’ moppert Slag. ‘Helemaal niets, althans geen enkele aanwijzing die ons de weg wijst naar de verdwenen gouden pannenkoek.’
Stoot, die voor zich uit zit te staren, reageert niet op het gemopper van Slag.
‘Hoor je wel wat ik zeg, of zit je te slapen?’ vraagt Slag geërgerd aan zijn assistent.
Uh…?’ reageert Dirk Stoot.
‘Ik vroeg aan je of je zit te slapen…’ zegt Slag.
‘Nee, dat niet, maar ik vraag me af wie er in die gestolen auto zat… Het kan eigenlijk niemand anders zijn geweest dan meneer Iks.’
‘Ik weet het niet Dirk. Misschien moeten we eerst maar weer eens even naar die meneer van Dongen gaan. Misschien steken we daar nog iets van op. Hij kan ons vast wel meer vertellen over zijn gestolen auto.’
Dirk Stoot knikt en hij is het met Slag eens. Ook hij vindt het maar een rare zaak en hij hoopt dat Van Dongen hen wat verder kan helpen.
‘Dus eerst naar van Dongen,’ zegt Bernard E. Slag vastberaden.
‘Eerst naar Van Dongen,’ herhaalt Dirk Stoot. ‘We moeten die van Dongen maar eens stevig aan de tand voelen.’
‘Helemaal mee eens. Ik weet het niet, maar ik heb de indruk dat die meneer van Dongen ons echt niet het achterste van zijn tong heeft laten zien,’ mompelt slag, terwijl ze de straat inrijden, waar meneer van Dongen woont. Slag parkeert de auto even verderop.
Even later staan ze voor het huis van meneer Van Dongen.
‘Nummer eenendertig…’ zegt Dirk Stoot.
Hij drukt op de bel en even later gaat de deur open.
‘Meneer van Dongen, hier zijn we weer,’ zegt Slag monter.
‘Ik zie het. Jullie hebben geluk dat jullie me hier nog treffen, want ik stond op het punt om weg te gaan. Ik heb zo meteen een belangrijke afspraak. Maar goed heren, wat kan ik voor jullie betekenen?’ vraagt meneer van Dongen. Hij klinkt een beetje ongeduldig.
‘Meneer van Dongen, we hebben gehoord dat uw auto is gestolen,’ zegt Dirk Stoot droog.
Van Dongen kijkt de beide speurders vragend aan.
‘Hoe komen jullie daar nou aan?’ antwoordt hij verbaasd.
‘Het is toch zo… of niet soms?’ Dirk Stoot weet niet goed wat hij hiervan moet denken.
‘Uh, ja en nee…’
‘Hoe bedoelt U dat meneer van Dongen?’ Ja…of nee?’ vraagt Slag.
‘Nou, hij was inderdaad gestolen, maar een uurtje geleden stond hij weer voor de deur. De dief heeft er blijkbaar spijt van gekregen en hem weer netjes terug gebracht. Zonder krassen of deuken.’
Slag een Stoot weten niet wat ze hier mee aan moeten en ze kijken elkaar aan.
‘Heren, ik heb niet veel tijd, is er nog niets wat u wilt weten, anders zou ik het hier graag bij willen laten?’ vraagt meneer van Dongen zonder blikken of blozen.
‘Uh…nee. Ik denk dat we verder geen vragen hebben?’ antwoordt Dirk Stoot.
‘Dat is mooi… nou dan wens ik de heren nog een fijne dag,’ zegt meneer van Dongen.
‘Nog één klein vraagje meneer van Dongen… als het nog even kan?’ Slag kijkt meneer van Dongen doordringend aan. ‘Meneer van Dongen, mag ik u vragen waar u voor de middag was.’
‘Natuurlijk meneer Slag, natuurlijk mag u dat vragen, maar daar kan ik u helaas niets over zeggen. U weet dat ik een bende op het spoor ben en ik het belang van dat onderzoek…’
Slag onderbreekt meneer van Dongen.
‘Was u vanmorgen thuis…?’
‘Helemaal goed meneer Slag. U mag nooit meer raden. Ik was vanmorgen inderdaad gewoon thuis.’
‘Waarom zei u dat niet meteen meneer Van Dongen,’ is de reactie van Dirk Stoot, zie zich in het gesprek mengt. ‘Daar is toch niks geheims aan.’
‘Nou meneer Stoot… ik kan u verzekeren, dat het toch niet zo simpel ligt. In elk geval niet zo simpel als dat u blijkbaar veronderstelt. Maar goed, toen ik vanmorgen met de auto weg wilde gaan en ik er achter kwam dat er geen auto meer was… uh dat hij gestolen was, moest ik helaas mijn afspraak af zeggen. En dat was een belangrijke afspraak, dat kan ik wel vertellen…’
‘Was dat dezelfde afspraak, waar u het zo even over had?’ vraagt Slag.
Meneer van Dongen schudt zijn hoofd.
‘Nee heren, dat was een andere afspraak. Helaas heb ik die van vanmorgen af moeten zeggen. Maar ik moet nu echt gaan heren, anders kom ik nog te laat. Nog een fijne dag.’
‘Nou dan gaan we maar. Ik heb verder ook geen vragen meer. En jij Dirk?’ zegt Slag.
‘Nee ik ook niet. Nou u ook een fijne dag meneer van Dongen. We weten voorlopig wel even voldoende,’ voegt Stoot er nog aan toe.
Van Dongen is een beetje verbaasd over de laatste opmerking van Stoot, maar hij reageert er niet op en sluit de deur.

‘Het blijft raar Dirk,’ zegt Slag tegen Stoot als ze naar hun auto wandelen. ‘Hij deed er nogal luchtig over… over dat zijn auto was gestolen.’
‘En weer netjes is teruggebracht,’ vult Stoot aan.
‘Ja…raar toch?’ antwoordt Slag.


Even later lopen ze de trap op van hun kantoor.
‘Is hier nog iets gebeurd?’ vraagt Slag aan juffrouw Toos.
‘Nee meneer Bernard…niks bijzonders. Willen jullie iets drinken?’ vraagt juffrouw Toos.
‘Nee, dank je wel.’ Antwoordt Slag terwijl hij zijn mail opent. Dan leest hij hardop voor,

 

‘‘Hij valt niet ver van de boom, maar goed zonder de pees en zonder el, dan weet je het wel.”

 

‘De afzender is weer die verdraaide meneer Iks, ’mompelt hij.
‘Wat schrijft hij nou weer?’ vraagt Stoot, die het blijkbaar niet helemaal heeft gevolgd.
Slag leest het bericht nog een keer voor en kijkt dan vragend naar Stoot, die zijn schouders ophaalt en vervolgens een appel uit de fruitschaal neemt, die op de kast staat.
‘Zo moeilijk zal het wel niet zijn,’ mompelt hij, waarna hij een fors stuk uit de appel bijt.

. 

   

terug naar “overzicht”klik hier.