Gouden Pannenkoek

 

 

Verhaaltjes Gouden Pannenkoek, heb je een vraag? Stuur deze naar: info@kasteelvolverhalen.nl

 

Het mysterie van de verdwenen gouden pannenkoek 

 

 

'het mysterie van de verdwenen gouden pannenkoek'

HOOFDSTUK 13 

Even later zitten Slag en Stoot in de auto.
‘Waar gaat de reis eigenlijk naar toe?’ vraagt Dirk Stoot.
‘We gaan naar de “de Oude Maas” Er moet iets zijn dat wij over het hoofd hebben gezien Tot nu toe hebben we geen enkel spoor van de dader. We hebben alleen maar de letters. Meer niet.’
‘Je hebt gelijk Bernard, ons onderzoek heeft verder nog niet zo heel veel opgeleverd. Alleen dan dat we tot nu toe alle aanwijzingen hebben kunnen oplossen. En eigenlijk is dat nog niet zo slecht, want op deze manier komen we er waarschijnlijk wel achter waar de gouden pannenkoek is.’
‘Tja, daar heb je wel een punt Dirk, maar het zou toch ook wel mooi zijn als we de dader in de kraag kunnen grijpen. Voor hetzelfde geld slaat hij nog eens toe.’
Bernard Slag kijkt in zijn achteruitkijkspiegel.
‘Het lijkt wel of we worden gevolgd?’ zegt hij tegen zijn assistent.
Dirk Stoot kijkt over zijn schouder.
‘Je hebt misschien wel gelijk Bernard. De beste manier om daar achter te komen is hier even te stoppen. Dan kijken we wel wat die andere auto doet. Als hij voorbij rijdt kunnen we misschien ook zien wie de bestuurder is,’ stelt Dirk Stoot voor.
‘Goed plan Dirk. Even een plekje zoeken. Eens even kijken… daar. Ja, daar moet het lukken.’
Even later parkeert Slag de auto en ze wachten af wat de andere auto doet. Ze zien dat hij doorrijdt, maar ze vangen slechts een glimp op van de bestuurder, meer niet.
‘Jammer, ik had gehoopt dat we zijn gezicht hadden kunnen zien,’ zegt Dirk Stoot teleurgesteld.
‘Maar ik heb wel zijn nummer…’ antwoordt B.E. Slag opgewekt. ‘Wil je dit even checken bij de collega’s van de verkeerspolitie?’ vraagt Slag aan Stoot, terwijl hij de auto weer start en daarna langzaam wegrijdt.
Ondertussen belt Stoot met de collega’s van de verkeerpolitie.
‘Ja… klopt… Juist, nee de X van…uh Xander…. Nee niet de S…de X, juist en dan de K en dan de S van Simon. Ja vijftien… een één en een vijf. Wie zegt u? Van Dongen… weet u dat zeker? Wat raar. Nou in ieder geval bedankt voor de informatie. En verder een fijne dag.’
Stoot kijkt verbaasd naar Slag.
‘Je hebt het zeker al begrepen?’
‘Ja, die auto is van Van Dongen… van onze meneer Van Dongen?’’
‘Helemaal,’ zegt Dirk Stoot. ‘Maar wat zo raar is dat die auto vorige week is gestolen. Dat vertelde die agent van de verkeerspolitie.’
‘Dus het kan zijn dat de bestuurder iemand anders is dan meneer van Dongen?’
‘Dat zou kunnen, heel goed zelfs.’
‘Stel Dirk…dat het niet meneer van Dongen is die ons volgt… dan zou het best eens die meneer Iks kunnen zijn.’
‘Misschien Benard, maar hoe komt hij dan aan de auto van Van Dongen?’
‘Gestolen, dat vertelde je zo juist.’
‘Ja, natuurlijk, maar waarom heeft die man dan de auto van Van Dongen gestolen. Zou hij weten dat hij tegenover ons woont?’
‘Misschien, maar wat dan nog. Ik zie even het verband niet,’ antwoordt Bernard Slag, terwijl hij in de achteruitspiegel kijkt.
‘Daar is hij weer,’ zegt hij tegen Stoot. Ik heb geen idee waar hij vandaan is gekomen. Misschien uit een van die zijstraten. Ik ga proberen of hij iets dichterbij wil komen.’
Slag mindert vaart, maar bijna tegelijkertijd neemt de gestolen auto ook gas terug, zodat de afstand tussen de beide auto’s gelijk blijft en de beide speurders net niet kunnen zien wie er achter het stuur van de auto van Van Dongen zit.
‘Stop hier Bernard,’ zegt Dirk Stoot.
‘En dan?’ vraagt Slag.
‘Dan stap ik uit en ren ik naar die auto toe.’
‘Is dat nou wel verstandig Dirk, ik bedoel je weet niet wie er in zit.’
‘Juist en dat wil ik graag weten.’
Dirk Stoot is vastbesloten en Slag mindert nog meer vaart en stopt dan langs de kant van de weg. Stoot springt uit de auto en rent in de richting van de andere auto, maar de bestuurder heeft het plan van Stoot blijkbaar meteen door en geeft een spuit gas en gaat er razendsnel van door.
Stoot rent terug naar de auto van Slag.
‘Volgen Bernard,’ roept hij, als hij nauwelijks zit en nog druk bezig is om zijn veiligheidsgordel vast te klikken.
‘Heeft geen zin Dirk, hij is al verdwenen en ik weet niet welke kant hij op is gegaan.’
‘Jammer,’ zegt Dirk Stoot. ‘Ik heb ook net niet kunnen zien wie er achter het stuur van die auto zat.’
‘We gaan naar de Oude Maas,’ zegt Bernard Slag. Misschien hebben we daar meer geluk.’
Als ze op het parkeer terrein bij de Oude Maas staan krijgt slag een sms’je.
“Fijn dat jullie er zijn. Mijn bestelling is bijna klaar. Laat de S maar zitten”
Slag kijkt Stoot aan.
‘Hoe weet hij nou dat we er zijn en wat is zijn bestelling?’
‘Geen idee, maar misschien dat we er achter komen als we naar binnen gaan?’

Even later zitten de twee speurders aan tafel met de baas van de Oude Maas.
‘Heeft er nog iemand een bestelling doorgegeven?’ vraagt Dirk Stoot.
De baas van pannenkoekhuis “de Oude Maas” kijkt in zijn agenda.
‘Uh, nee…of toch. Hier staat dat iemand alleen maar de dessertkaart wilde inzien. Hij was blijkbaar alleen maar geïnteresseerd in …’
‘IJs…’ zeggen Slag en Stoot tegelijk.
 

   

terug naar “overzicht”klik hier.