Elfje Lief verhaaltjes

 

 

Verhaaltjes elfje Lief, heb je een vraag? Stuur deze naar: info@kasteelvolverhalen.nl

 

WAS

 

Deze week omdat het bijna zo ver is ... een extra  Sinterklaasverhaal , geschreven door Annelies
Post

 

Sinterklaas en de lege schoentjes

 

Sinterklaas had het erg druk. Hij zat in een mooie stoel en keek in het grote boek of hij niemand vergeten was. Alle kinderen mochten vandaag hun schoen zetten en hij wilde er zeker van zijn dat ieder kind een cadeautje kreeg. De pieten hadden alle chocoladeletters en pepernoten verzameld en waren klaar om op pad te gaan.
‘Sinterklaas, alle kinderen liggen nu in bed. We moeten opschieten, alle schoenen moeten gevuld zijn voordat het weer ochtend wordt,’ zei de Hoofdpiet.
Sinterklaas stond op en glimlachte.
‘Laten we dan maar snel gaan, Hoofdpiet. Hebben we alle cadeautjes en snoepgoed bij ons?’
‘Ja, Sinterklaas, alles is ingepakt,’ zei de Knutselpiet.
 
Amerigo stond al klaar. Hij hinnikte blij toen hij Sinterklaas op zich af zag komen.
‘Dag, lieve Amerigo. Wat heb je een mooi dekentje om. Lekker warm, niet?’
Amerigo trappelde vrolijk met zijn benen in de lucht. Het was heel donker buiten en koud, heel koud. De wind waaide door de bomen, Sinterklaas moest zijn mijter goed vasthouden.
‘Hier woont de familie Keizer. Dylan, Mara, Tim en Saskia krijgen allemaal een knuffelbeer en een suikermuis,’ zei de Sint.
Dat doe ik wel, Sinterklaas,’ zei de Coole Piet. Hij rende over de daken totdat hij bij nummer 32 was. De Coole Piet liep op zijn handen terwijl hij de pakjes tussen zijn voeten klemden.
‘Doe je voorzichtig, Coole Piet,’ riep Sinterklaas.
Eén voor één liet hij de pakjes voorzichtig door de schoorsteen zakken, met zijn benen hoog in de lucht terwijl zijn handen de schoorsteen vasthielden.
‘Gelukt, we kunnen weer verder!’ zei de Coole Piet.
‘Knap hoor,’ zei de Danspiet, ‘ Jij durft.’
De Opschep Piet werd jaloers op Coole Piet.
‘Poeh, dat stelt niets voor. Ik kan dat ook wel hoor. Ik kan het zelfs met mijn ogen dicht.’
De Opschep Piet pakte drie cadeautjes en een zak vol met snoepgoed en rende zo het dak op.
‘Wat kan hij hoog springen!’ giechelde de Meisjespiet die stiekem een beetje verliefd op hem was.
‘Pas toch op!’ riep Coole Piet.
De Opschep Piet maakte een handstand, knipoogde naar de Meisjespiet en sloot daarna zijn ogen. Brrr, wat waren de dakpannen toch koud en wat was de zak met snoep zwaar! Nu moest hij voorzichtig zijn, niemand mocht zien hoe bang hij eigenlijk was.  De Opschep Piet maakte een sprongetje naar achteren. Zijn voet bleef aan een scheve dakpan hangen.
‘WAAAAAH!!!!! Ik val, ik val, help me!’
Amerigo rende naar voren. De Opschep Piet viel precies in de armen van Sinterklaas.
‘Opschep Piet toch!’
‘Sorry, Sinterklaas. Ik zal het nooit meer doen.’
‘Nee, Opschep Piet, want als je gevallen was hadden wij jou naar het ziekenhuis moeten brengen en dan moeten wij jou missen op vijf december. Dat willen wij niet hoor.’
‘Ik ook niet Sinterklaas.’
 ‘Poeh, ik ben zo moe. Hoeveel schoenen moeten wij nog vullen, Hoofdpiet?’ vroeg de Knutselpiet.
‘Nog een paar huizen en één flatgebouw en dan zijn we klaar,’ zei de Hoofdpiet.
 
 
 
De volgende ochtend zat de Sint weer in zijn mooie stoel. Hij genoot van het uitzicht en dronk van een beker met warme chocolademelk. Plotseling werd er hard op de deur gebonsd.
‘Wie is daar?’ vroeg de Sint.
‘Ik ben het, de Hoofdpiet.’
‘Kom binnen, waarom bons je zo hard op mijn deur Piet?’
‘Oh, Sint, het is een ramp! Iemand heeft alle schoentjes leeggehaald. De kinderen hebben niets gekregen en ze zijn erg verdrietig.’
‘Hoe kan dat nou, Hoofdpiet, alle schoenen waren toch gevuld?’
‘Ik begrijp er ook niets van. Wat moeten we doen, Sinterklaas?’
‘Ik weet het niet Hoofdpiet. Hier moet ik goed over nadenken.’
 
 
Sinterklaas wandelde door de gangen van zijn kasteel in Nederland. Het kasteel was mooi versierd, overal waar je keek zag je vrolijke kleurtjes en hoorde je de pieten zingen terwijl ze de pepernoten aan het tellen waren.
Sinterklaas hoorde iemand heel hard lachen. De deur van de knutselkamer stond open en daar zat de Foppiet.
‘Dag Sinterklaas, hihihi, hahaha!’
‘Waarom lach jij Foppiet. Er valt niets te lachen. Alle kinderen zijn verdrietig omdat ze niets in hun schoen hadden gekregen.’
De Foppiet begon nu nog harder te lachen.
‘Ja, goed hè. Ik heb ze allemaal gefopt!, hihihi, hoehahaha!’
‘Wat zeg je me nou, Foppiet?’
‘De Hoofdpiet had helemaal niet goed opgelet. Ik heb alle cadeautjes en het snoepgoed uit de schoentjes gehaald. Dat is zo grappig, dan zien de kinderen een lege schoen en dan moeten ze allemaal lachen,' zei Foppiet trots.
 ‘Nee, Foppiet. Alle kinderen zijn nu heel verdrietig. Dat had je niet moeten doen. Dit vinden ze helemaal niet grappig en waar heb je alle cadeautjes gelaten?’
Foppiet werd ineens erg stil.
‘Ik heb alles in de stal verstopt, Sinterklaas, bij Amerigo. Zijn de kinderen erg verdrietig? Oh nee, dat wil ik niet. Wat moet ik nu doen, Sinterklaas? Het spijt me zo!’
‘Ik weet wel iets,’ zei de Sint.
 
Die avond ging Foppiet het dak op. Hij vulde alle schoenen, maar dit keer zat er wel echt iets in en alle kinderen kregen extra veel pepernoten. Foppiet moest voor straf de stal van Amerigo schoonmaken. Foppietje was een beetje dom geweest, maar hij beloofde aan Sinterklaas dat hij het nooit meer zou doen. Was het maar alvast vijf december. Foppiet wilde feest vieren met de kinderen, maar voor het zover was moest hij eerst nog de andere pieten helpen met pepernoten en speculaaspoppen bakken, want Sinterklaas was er dol op.

De kinderen waren niet meer verdrietig en waren erg blij met het cadeautje en de vele pepernoten. Ze zongen weer en verheugden zich op vijf december, het feest van Sinterklaas!

© Annelies Post

 
 

Heb je ook een idee voor ELFJE LIEF,stuur een email naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. ( een mooie tekening vinden we ook leuk en de mooiste zetten we op de website van Elfje Lief.)

 

WAS